Het Wapen:
Verticaal gedeeld:
1) Doorsneden:
A. Van blauw, beladen met een vierkante schans van goud, waarvan het binnen maaiveld van blauw en de hoofdlijnen van het beloop evenwijdig aan de bovenrand, respectievelijk de zijkanten van het schild.
B. Gegolfd doorsneden van zilver en blauw, het blauw beladen met 2 golvende dwarsbalken van zilver, over alles heen een rode muur met 2 aan de bovenzijde halfronde openingen, en een zilveren schildhoofd.
2) Van zwart, beladen (in zilver) met een monnik die in de linkerhand een schop over de schouder draagt en in het schildhoofd vergezeld van twee gouden lelies.
De Vlag:
Geschaakt blauw en wit, van negen rechthoeken op drie banen;
De rechthoek op het midden is rood.
Kleuren: kobalt blauw, helder rood en wit.
Verhouding: H : L = 3 : 4
Oorsprong / verklaring:
In 1471 werd door de monniken van Gerkesklooster ten noordoosten van Burum een zijl (sluis) gebouwd. Aan dat feit heeft de plaats zijn naam te danken.
De monnik, als sprekende wapenfiguur voor dit dorp, is gekleed als Cisterciënzer, omdat de monniken van Gerkesklooster tot deze orde behoorden. Ook de gouden lelies verwijzen naar deze kloosterorde.
De spade geeft hun bemoeienissen met de bouw weer (ze zullen hoogstwaarschijnlijk niet zelf hebben gegraven).
De uitwateringssluis is, naast de monnik, ook als sprekend wapenfiguur in het wapen opgenomen.
Van afbraakmateriaal van het klooster Galilea werd in Munnekezijl een schans gebouwd, welke eveneens een plaatsje in het wapen kreeg.
De kleuren zijn die van Friesland, omdat de schans ongetwijfeld het Friese grondgebied tegen invallen vanuit Groningen heeft moeten verdedigen. |